Algemeen

Afschaffing van de fiscale oudedagsreserve voor ondernemers2 min lezen

Door: 8 juni 2017 Geen Reacties

De oudedagsreserve is een fiscaal instrument dat vooral door boekhouders wordt gebruikt om de belastingdruk te verminderen.

De oudedagsreserve is een jaarlijkse aftrekpost in een eenmanszaak. Het woord impliceert – ten onrechte – dat je er pensioen mee opbouwt. Je mag jaarlijks geld aftrekken voor een oudedagsvoorziening, maar je hoeft het afgetrokken bedrag niet daadwerkelijk te gebruiken voor de opbouw van je pensioen. Daarmee mag je wachten tot je stopt met je bedrijf.

Uiteindelijk moet je de oudedagsreserve gebruiken voor de aankoop van een lijfrente-uitkeringsproduct bij een bank, verzekeraar of andere aanbieder. Dus stel dat de waarde van de oudedagsreserve bij de beëindiging van de onderneming 100.000 euro bedraagt, dan moet je een ton in een lijfrente steken. Ook als je niet langer aan het urencriterium voldoet of als je de AOW-leeftijd hebt bereikt, moet je een lijfrente kopen.

Het probleem met deze constructie is dat veel ondernemers niet beseffen dat de oudedagsreserve geen echte reserve is, maar eerder het omgekeerde: een verplichting om ooit een product voor pensioenuitkering aan te kopen. Vaak blijkt dat ze te weinig geld hebben gereserveerd om een oudedagsvoorziening te kopen.

Als je geen lijfrente koopt, moet je de oudedagsreserve bij je inkomen optellen. Je betaalt er dan in het jaar dat je stopt inkomstenbelasting over. Dat leidt vaak tot een flinke belastingaanslag.

Maar dat niet alleen, mogelijk betaal je uiteindelijk zelfs meer belasting dan wanneer je nooit een oudedagsreserve had gehad.

Stel dat je jarenlang de oudedagsreserve hebt gebruikt als aftrekpost en je elk jaar een belastingvoordeel had van 40 procent. Als je stopt met je bedrijf en geen lijfrente koopt, wordt de oudedagsreserve in één keer bij je inkomen opgeteld. Grote kans dat je dan moet aftikken tegen 52 procent inkomstenbelasting, terwijl je de opbouw destijds tegen slechts 40 procent of misschien nog minder hebt kunnen aftrekken.

Dga’s (directeur-grootaandeelhouders) mogen sinds kort geen pensioen meer in hun eigen BV opbouwen. Veel dga’s deden dat toch al jaren niet meer. Dat komt door de lage rente, maar ook doordat dga’s – net als bij de oudedagsreserve – vaak verzuimden om binnen hun BV geld te reserveren voor de opbouw van pensioen. Een vermeend belastingvoordeel bleek in de praktijk uit te draaien op een financieel en fiscaal nadeel.

E-Book

Download hier het E-Book DGA en de uitfasering Pensioen in Eigen Beheer

Download