Algemeen

Belastingdienst – De klucht die vertrekregeling heet2 min lezen

Door: 3 november 2016 Geen Reacties

Bij de Belastingdienst gebeuren bijzondere dingen. Er is een vertrekregeling om ervoor te zorgen dat er 5000 mensen kunnen afvloeien. Die regeling is zó gunstig dat er veel meer werknemers dan voorzien gebruik van willen maken. Hierdoor vallen de totale kosten 70 miljoen euro hoger uit dan de begrote 650 miljoen euro. Dat komt mede doordat de Belastingdienst een flinke boete moet betalen. Vooral ouderen besluiten de dienst te verlaten, waardoor de vertrekregeling in veel gevallen wordt gelabeld als een RVU-regeling (Regeling Vervroegd Uittreden, de vroegere VUT)

Om vervroegde uittreding te ontmoedigen, moeten werkgevers een boete van 52 procent betalen aan de Belastingdienst over de vertrekpremie. In dit geval moet de Belastingdienst die boete dus aan zichzelf opleggen.

Dat is op zich al een aparte situatie, maar dat de Belastingdienst bezwaar heeft aangetekend tegen die zelf opgelegde boete, veroorzaakt nóg meer opgetrokken wenkbrauwen in de Kamer. “Een raar beeld voor buitenstaanders”, zegt VVD-Kamerlid Aukje de Vries.

Wiebes geeft aan het bezwaar alleen maar aan te tekenen zodat hij zich in de toekomst kan houden aan de uitspraak van de rechter. “In welke richting deze ook uitvalt”, aldus de bewindsman.

Hoe zit die vertrekregeling dan in elkaar?

Volgens Albert van der Smissen, voorzitter van vakbond NCF, en al 33 jaar werkzaam bij de Belastingdienst, is het geen buitenissige regeling. „Het is gewoon een rijksbrede vertrekregeling die gelijk is aan de wettelijke transitievergoeding”. De stimuleringspremie voor werknemers kan 4 tot 24 maandsalarissen betekenen, afhankelijk van het aantal dienstjaren. De hoogte is maximaal 75.000 euro bruto, of één jaarsalaris voor wie meer dan 75.000 euro verdient. Wie zich aanmeldt, doet afstand van zijn recht op een WW-uitkering gedurende het aantal maanden van de hoogte van de uitkering.

Voor ambtenaren in hogere salarisschalen die vervroegd met pensioen willen, is de regeling een uitkomst. „Zij hebben vaak wat vermogen opgebouwd en kunnen het zich veroorloven om een paar jaar zonder WW te overbruggen en wat op hun pensioen in te teren”, aldus Van der Smissen. „Voor lager betaalde medewerkers is de regeling helemaal niet zo gunstig. Ik kom op alle kantoren in het land en mensen zeggen: ‘Luister Albert, ik ben 56 jaar. Waarvan moet ik dan leven tot mijn 67ste?’”

Ook dat is bijzonder, omdat de regeling juist in het leven geroepen is om minder hoog opgeleid ouder personeel af te kunnen laten vloeien.

Zoals het er nu naar uitziet slaat de Belastingdienst met deze regeling dus twee keer de plank mis. Eén keer vanwege de niet voorziene te hoge kosten en de tweede keer vanwege het afvloeien van de verkeerde groep werknemers.

De gemiddelde leeftijd bij de Belastingdienst is 53 jaar.