Algemeen

Dag van de Arbeid: lekker aan het werk1 min lezen

Dag van de Arbeid, 1 mei is in veel landen een officiële feestdag. In Nederland is die niet het geval voor de meeste arbeiders, maar wel voor een kleine groep ambtenaren, banken en beurshandelaren. Ook werknemers van vakbonden zijn vrij.

De dag werd van oudsher gevierd als het feest van De heilige Sint-Jozef die in de katholieke kerk wordt geprezen als arbeider (hij was immers timmerman). In de tegenwoordige tijd is de Dag van de Arbeid in Nederland vooral een dag waarop internationale verbondenheid en solidariteit worden benadrukt.

In België is de Dag van de Arbeid, net als in Frankrijk, traditiegetrouw een feestdag van de communistische en socialistische arbeidersbeweging. In vrijwel heel Europa geldt de Dag van de Arbeid als een doorbetaalde vrije dag. Scholen, openbare instellingen en veelbedrijven zijn gesloten.

Ontstaan van de Dag van de Arbeid
In 1817 al pleit Robert Owen voor een achturige werkdag in fabrieken en werkplaatsen. Na bijna veertig jaar wordt in Australië in 1856 de eerste overeenkomst getekend tussen werkgevers en werknemers. Op 1 mei 1884 ‘Moving Day’ volgen de Verenigde Staten met een wet om acht uur te werken.

In 1889 wordt in Parijs, tijdens de oprichting van de ‘Tweede Internationale’ 1 mei in heel Europa als officiële internationale dag van de arbeid uitgeroepen. De bedoeling hiervan is om door de vieringen en het op de been brengen van grote groepen arbeiders, de strijd voor de achturige werkdag te versterken. Op 10 april 1933 benoemt Hitler 1 mei tot ‘Feestdag van de nationale arbeid’.