Algemeen

Liever kleine baas dan grote knecht2 min lezen

Door: 28 september 2016 Geen Reacties

Nederlandse zzp’ers verdienen meer waardering. Hun bijdrage aan de Nederlandse groei is door de jaren heen steeds groot geweest. Historisch gezien komen ze voort uit een rijke traditie van het kleinbedrijf met tabakswinkels, bakkers en venters.

„De behoefte om zelfstandig te zijn, vrijgevochten om zelf je leven te kunnen bepalen is al langer enorm sterk in Nederland”, stelt historica Tessel Pollmann na vier jaar onderzoek naar het kleinbedrijf tussen 1920 en 1970. „Hoe moeilijk het financieel ook is, die behoefte aan zelfstandigheid keert altijd weer terug.”

Deze week verschijnt haar boek. De titel typeert de trots: ‘Liever kleine baas dan grote knecht’ (uitgeverij Boom). Pollmann dook behalve in de cijfers en wetenschappelijke studies in het geschreven erfgoed van historische verenigingen.

Ze interviewde ‘kinderen’ die destijds van jongs af aan ‘in de zaak’ stonden. „De wetgeving over kinderarbeid is natuurlijk veranderd. Maar kinderen vertelden me wel hoe hun meester een oogje toekneep; die snapten het belang voor de zaak van hun ouders als die kinderen iets later op school kwamen omdat ze nog een bezorginkje hadden gedaan.”

De huidige zzp’er kan er niet zomaar op rekenen dat zijn partner meewerkt. In vroeger tijden was dat een vast gegeven. Lang voor de tweede feministische golf van de jaren zestig werkten vrouwen mee in de zaak. „Ze waren belangrijker dan werd gedacht. Als de zaak vernieuwd moest worden, had zij daar een grote stem in. Zij maakte vaak ook de kas op, zij bepaalde wat voor de tabakswinkel moest worden ingekocht.”

Pollmann beschrijft hoe Nederlandse generaties tot zelfstandigen doorgroeiden. Overdag waren mannen nog dagloner, ’s avonds turfhandelaar. Totdat de turfhandel voldoende lonend werd. De man was overdag zandkruier, de vrouw dreef het café. „En ’s avond runden ze dat café samen. Overal zag je die mengvorm: het winkeltje in het voorhuis aan de dijk, achter de woonkamer. De arbeidersklasse was bovendien niet veel anders dan de kleine ondernemer, dat liep in elkaar over. Ze waren ook niet traditioneel, nog zo’n vooroordeel.”

„De slager trouwde bewust met een meisje dat het diploma fijne vleeswaren op zak had. Wel zo praktisch”, typeert Pollmann. Samen moesten ze het redden. „Zeker is dat je een goed huwelijk moest hebben om je door tegenslagen te werken. De huwelijken die ik onderzocht waren behoorlijk solide. Het alternatief was vroeger een beroep moeten doen op de armenzorg. Dat wilde je niet.”

Ook vandaag de dag drukken kleine zelfstandigen met hard werken, zuinigheid en vooral creativiteit hun stempel op onze economie.

,,Kleine zelfstandigen zijn enorm creatief. Het ziet er online heel welvarend uit, maar achter het scherm gaat het lang niet altijd goed. Toch: liever kleine baas dan grote knecht.”