Algemeen

Open brief aan Staatssecretaris Wiebes met betrekking tot de Wet DBA4 min lezen

Door: 28 september 2016 Geen Reacties

Cameraman en columnist Jan Rein Hettinga schreef een open brief aan staatssecretaris Wiebes over zijn bevindingen met de nieuwe Wet DBA. Hierin beschrijft hij zijn persoonlijke situatie, die sinds de introductie van de nieuwe wet drastisch veranderd is. En niet bepaald op een positieve manier. Dat er bij zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers veel onzekerheid bestaat over deze nieuwe wet is bekend. Nu lees je het van dichtbij.

MKB Belangen wil graag meer persoonlijke verhalen verzamelen. Wat doet de Wet DBA met jou persoonlijk? Mail ons op info@mkbbelangen.nl

Geachte heer Wiebes, excellentie,

beste Staatssecretaris van Financiën,

Mag ik me even voorstellen. Ik ben Jan Rein Hettinga, 44 jaar en freelance cameraman. Tot voor kort volmaakt gelukkig. Ooit ben ik begonnen als freelancer met een OVAV-verklaring, tien jaar heb ik in vaste dienst gezeten en sinds 1 januari 2009 ben ik opnieuw zelfstandig ondernemer. In de volle overtuiging dat ik beter af ben zonder baas en omdat ik er plezier in heb om voor zo veel mogelijk verschillende partijen te werken. Ik heb heel bewust gekozen voor een leven als huurling. Iedereen die een cameraman nodig heeft mag mij bellen. Hoe meer mensen er bellen, hoe beter ik kan selecteren welke opdrachten ik aanneem.

Dat gaat tot op heden buitengewoon goed. Ik heb gemiddeld vijftien verschillende opdrachtgevers per jaar. Voornamelijk facilitaire bedrijven, omroepen en kleine productiehuizen. Voor de ene partij werk ik slechts één dag en voor een andere partij werk ik, telkens voor verschillende losse projecten, verspreid over een jaar rond de veertig dagen. Het verschilt nogal. In de afgelopen acht jaar heb ik zesenvijftig verschillende opdrachtgevers gehad. Ik verhuur mezelf gemiddeld honderdvijfenzeventig dagen per jaar.

Mijn boekhouder noemt mij een zeer gezonde zelfstandige.

In de omroepwereld, waarin ik werkzaam ben, draait alles om projecten. Aan een programma wordt een paar weken of maanden gewerkt. Soms slechts één dag. Voor elke productie wordt een nieuw team samengesteld en telkens weer opnieuw bekeken waar de faciliteiten vandaan komen. Mijn opdrachtgevers hebben veel personeel nodig tijdens de pieken en liefst geen personeel als het even rustig is. Daar speel ik als ondernemer handig op in. Ik ben breed inzetbaar en dicht de planmatige gaten waar nodig. Regisseurs vragen mij op naam aan en dan maakt het niet uit welke partij de opdracht krijgt, ze kunnen mij altijd inhuren. Ik kan zelf bepalen welke programma’s ik absoluut niet wil doen, op welke dagen ik beschikbaar ben om te werken en wat mijn tarief is. Dat maakt mijn leven uitdagend, afwisselend, leerzaam en altijd boeiend.

Ik sta ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, betaal keurig netjes mijn belastingen, draag mijn BTW af, heb een bedrijfsrisicoverzekering, een arbeidsongeschiktheidsverzekering en ik spaar voor mijn pensioen. Zonder problemen kreeg ik elk jaar een nieuwe VAR.

Er was geen vuiltje aan de lucht tot u het afgelopen jaar opeens de spelregels veranderde. Door de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties zijn mijn opdrachtgevers de weg kwijt en dreig ik de komende jaren in de problemen te komen. Ondanks inspanningen van allerlei partijen is er tot op heden niet één modelcontract voor cameramensen goedgekeurd door de Belastingdienst. Voor zover ik het begrijp komt dit omdat u stelt dat een ZZPer niet mag doen wat mensen in vaste dienst ook kunnen en omdat in de wet staat dat er geen ‘gezagsverhouding’ mag zijn. Het schijnt dat van zo’n gezagsverhouding al sprake is zodra degene die mij inhuurt bepaalt hoe laat ik op een locatie aanwezig moet zijn.

Feit is dat er heel veel verschillende interpretaties zijn van de wet DBA. Er zijn een hoop onzekerheden en onduidelijkheden. Niet iedereen schijnt zich er druk over te maken, maar de mensen die het wel doen (zoals ik) die komen er niet uit, raken gefrustreerd en worden heel onzeker. De Belastingdienst lijkt niet met ons mee te willen denken over mogelijke oplossingen. Die houdt voortdurend slagen om de arm en keurt modelovereenkomsten af.

U, beste mijnheer Wiebes, u bent ook niet helder. Tenminste, ik krijg niet het gevoel. U maakt in brieven en interviews een onderscheid tussen echte ondernemers, die hoeven zich geen zorgen te maken, en schijnzelfstandigen, maar wat ben ik?

In mijn eigen ogen ben ik een echte ondernemer, maar ik kan nergens de zekerheid krijgen dat het bij mij wel snor zit. Het is maar net wie je spreekt. De ene deskundige roept dat ik me geen zorgen moet maken, de ander zegt dat ik een groot probleem heb. Ik vrees dat die laatste groep gelijk heeft. Verschillende opdrachtgevers durven over een paar maanden het risico niet langer te nemen en zullen mij het komend jaar dwingen om me te laten verlonen via een uitzendconstructie. De kosten van het bemiddelingsbureau zal ik zelf moeten betalen. Vervolgens wordt de basis van mijn eigen onderneming alleen maar wankeler. Mijn grootste nachtmerrie is dat ik uiteindelijk gedwongen (met een hele grote groep andere freelance camera- en geluidsmensen) bij zo’n uitzendbureau in dienst moet treden. Dan lever ik mijn vrijheid en zakelijke speelruimte in, kan ik niet meer zelf bepalen hoeveel ik uitgeef aan pensioen of arbeidsongeschiktheid, kan ik niet langer investeren in kleine hulpmiddelen die mijn werk eenvoudiger maken en kan ik minder makkelijk mijn eigen tarief bepalen.

En waarom mijnheer Wiebes? Wat heb ik misdaan?

Met vriendelijke groet,</p

Jan Rein Hettinga

zelfstandig cameraman