Wet DBA

Onduidelijkheid Wet DBA kan geen reden zijn om facturen (deels) niet te betalen1 min lezen

Door: 31 mei 2017 Geen Reacties

Mevrouw X werd op zzp-basis door opdrachtgever BV Y ingehuurd om feitelijk management en directie te voeren. Dit werd bezegeld in een overeenkomst van opdracht voor onbepaalde tijd vanaf 1 maart 2014, waarbij voor de werkzaamheden van mevrouw een uurtarief van € 55 (inclusief alle bijkomende kosten en exclusief BTW) werd afgesproken.

Mevrouw factureerde haar werkzaamheden achteraf met een betalingstermijn van 30 dagen. Sinds april 2016 hield de opdrachtgever op advies van een registeraccountant 40% van het factuurbedrag achter. Als achterliggende reden werd de ontstane onduidelijkheid over de fiscale gevolgen van de lancering van de Wet DBA opgevoerd. De opdrachtgever vond dit noodzakelijk om het risico af te dekken op aansprakelijkheidsstelling door de Belastingdienst in verband met een eventuele verkapt dienstverband situatie.

Daar ging mevrouw niet mee akkoord en stapte naar de rechtbank om het openstaande bedrag te vorderen. De civiele kamer van Rechtbank Rotterdam stelde haar in het gelijk. De vermeende onduidelijkheid en het risico werden beoordeeld als niet (meer) relevant.

Aan de hand van twee brieven van staatssecretaris van Financiën, Eric Wiebes, waarin stond dat de implementatie en handhaving van de Wet DBA werd opgeschort, werd een oordeel geveld.

Afgezien van de vraag of de opdrachtgever het recht had de uitbetaling op te schorten zolang de Belastingdienst geen naheffing had opgelegd, bleek duidelijk uit de brieven van de staatssecretaris dat er geen sprake zou zijn van een naheffing.